Alle Georgische druivenrassen

Omdat Georgië zo’n oud wijnland is, zal het je niet verbazen dat er ook vele oeroude en in Europa vergeten druivenrassen groeien. Meer dan vijfhonderd. Eind vorige eeuw werd op advies van westerse experts op kleine schaal Cabernet Sauvignon, Merlot en Chardonnay geplant. Maar de Georgische wijnmakers gebruiken toch liever de eigen druiven. Momenteel zijn er ongeveer 35 Georgische druivenrassen die voor commerciële wijn worden gebruikt. Dat aantal groeit. Verschillende wijnmakers experimenteren met vergeten druivenrassen. Steeds vaker zie je een fles met weer een ‘herondekte’ druif op het etiket.

De belangrijkste druif voor de Georgische rode wijn is de Saperavi. Een echte kwaliteitsdruif. Met een dikke schil en roze vruchtvlees. Een zogenaamde teintuur. Daar zijn er maar een paar van op de wereld. De Saperavi druif geeft kruidige en krachtige wijnen met een diep donkerrode kleur. Saperavi betekent niet voor niets ‘verf’ in het Georgisch. Saperavi wordt wel eens beschreven als een kruising tussen de Franse Syrah en de Oostenrijkse Blaufränkisch druif. Vanwege z’n kracht, kruidigheid en expressieve karakter. Minder bekend, maar veelbelovend zijn de Aleksandrouli, Shavkapito en Tavkveri druiven.

Voor witte wijnen worden in Georgië vooral de Rkatsiteli en de Mtsvane druif gebruikt. Beide geven lichte, frisse witte wijnen met een smaak van jonge perzik en appel. Traditioneel worden dit type wijnen in Georgië bij de maaltijd gedronken. In opkomst zijn de Tsolikouri, Kisi en Chinuri. Die geven wat vollere witte wijnen.